Wijnbegrippen: de M:
M
Macération: letterlijk ‘weken’. Bedoeld: druivensap met schilletjes en soms steeltjes. Term, ook vaak (maar niet terecht) gebruikt voor ‘gisting’
Macération à froid: vooral voor rode bourgognes gebruikte methode waarbij alvorens de gisting start de gekneusde druiven een paar dagen bij lage temperatuur weken om kleur te stabiliseren en meer structuur te verkrijgen.
Macération (semi-)carbonique: manier van rode wijn bereiden, gebruikt bij type dat jong gedronken moet worden, zoals beaujolais. Druiven worden in hun geheel in afgesloten gistingskuipen gedaan onder kooIzuurdruk waarna een soort van intracellulaire gisting volgt. Zo krijg je een soepele, simpelfruitige wijn met nauwelijks tannines. Bij semi-carbonique wordt een deel licht gekneusd en geen koolzuur toegevoegd (dat ontstaat vanzelf tijdens de gisting), Aldus krijg je wat meer gestructureerde wijnen waarbij het fruit ook minder oppervlakkig is.
Macération pelliculaire: voor witte wijnen gebruikte methode waarbij alvorens de gisting start de licht gekneusde druiven met schilletjes een paar uur bij lage temperatuur weken om meer aroma’s te verkrijgen, ook wel macération préfermentaire genoemd.
Macération préfermentaire: zie macération pelliculaire
Marsanne: net als zijn hoogbegaafde zusje, de rousanne, witte druif uit de noordelijke Rhône (Crozes-Hermitage, Hermitage) in de mode in de Languedoc en zuidelijke Rhône. Minder finesse, minder rijkdom.
Medailles: staan mooi, zeggen weinig.
Meeldauw (echte): Echte meeldauw: wordt in het Frans ‘oïdium’ genoemd. Het is een schimmelziekte die wordt veroorzaakt door de Oïdium Tuckerii. Hij manifesteert zich als een wit poeder dat naar verse bospaddestoelen ruikt en tast alle groene delen van de wijnstok aan. De groei van de wijnstok wordt beperkt en de plant verwelkt. Oïdium ontstaat bij koel weer, het hoeft niet speciaal vochtig te zijn. Het poeder wordt makkelijk verspreid door de wind. Als de bloemknoppen besmet zijn dan blijven ze klein en rijpen (te) langzaam, waardoor de kwantiteit lager wordt. Ook besmetting na de vruchtzetting heeft invloed op de kwantiteit, doordat cellen op de schil aangetast worden kunnen de druiven niet hun normale grote krijgen. Oïdium blijft actief totdat het suikergehalte in de druiven een potentieel van ongeveer 5% alcohol heeft bereikt.
Meeldauw (valse): Peronospera : of valse meeldauw. Wordt in het Frans ‘mildiou’ genoemd. Wordt veroorzaakt door een parasietzwam en is herkenbaar als witte vlekken op het blad. Het tast alle groene delen van de plant aan. Aanwezigheid is sterk afhankelijk van het klimaat. De sporen kunnen het hele jaar door aanwezig zijn en bij vochtig weer en een temperatuur boven de 12 ºC tot ontwikkeling komen. Het kan het hele jaar actief zijn maar kan geen schade meer aanrichten op het moment dat de druiventrossen zich sluiten ‘la fermeture de la grappe’.
Melkzuurgisting: appelzuur wordt omgezet in melkzuur, dit zuur is zachter van smaak en het stabiliseert gelijk de wijn. Altijd bij rode wijnen toegepast, soms bij witte (bourgognes). Wordt vaak express geblokkeerd (door filtering, zwaveling en/of koudebehandeling) bij witte wijnen waarbij fruit en fraîcheur voorop staan, zoals Elzassers.
Melon de Bourgogne: De druif van de muscadet, schijnt oorspronkelijk uit de Bourgogne te komen. Dat moet heel lang geleden zijn…. Kan, mits van goede grond en goede producent, verbazingwekkend mooi rijpende wijnen opleveren, die qua bouquet dicht bij een witte bourgogne komen. Maar ja, wie legt zo’n nederige muscadet nou tien jaar weg?
Merlot: makkelijke, ‘moderne’ blauwe druif, want ruim in zijn opbrengsten en laag van zuur, overal ter wereld aangeplant. Geeft (meestal in assemblage) rond Pomerol en Saint-Emilion echt grote wijnen, elders op zijn best plezierige, zwierige, met lekker fruit. Bij lage rendementen is de smaak kamerbreed, rond en vol.
Metayage: pachten van een wijngaard
Microbullage: door Patrick Ducournau (Madiran) ontwikkeld ingenieus systeem om wijn tijdens gisting en opvoeding gedoseerd van (microscopisch kleine belletjes) zuurstof te voorzien om fruit te behouden, reductie te voorkomen. Inmiddels wereldwijd gebruikt.
Millerandage: Door een slechte vruchtzetting zijn sommige druiven niet bevrucht en ontwikkelen zich onvolkomen. Ze blijven klein en bevatten geen pitten. Op het moment van rijpheid zijn ze suikerrijk, bevatten weinig zuur, maar ook weinig volume. Millerandage verhoogt de kwaliteit van de most, maar verlaagt de kwantiteit.
Mourvèdre: de (blauwe) druif van Bandol, laatrijpend, veel warmte behoevend, veeleisend wat betreft zijn ondergrond. Daardoor zelden écht rijp, zelfs in de Languedoc en zuidelijke Rhône niet waar hij vaak wordt gebruikt om de alcohol van de grenache wat te temperen, deze van ruggengraat te voorzien en tegen oxidatie te beschermen. Maar zelfs rijp zoals in een goed jaar in Bandol, heeft deze kleine, compacte druif veel zuren en tannines. Levert ergo bewaarwijnen op. In hun jeugd vaak peperig en tikje animaal (bont), bij het ouder worden komen tonen van cacao, tabak, specerijen naar voren.
Muscadelle: Ook weer zo’n wat in de vergetelheid geraakte druif, met als voornaamste herkomstgebied Bordeaux en Bergerac. Daar vooral gebruikt voor zoete wijnen, vanwege zijn fijne licht muskaatachtige parfum. De opbrengsten zijn zeer onregelmatig (of te veel of te weinig) maar indien op goede grond (met kalk, silex), niet kunstmatig bemest en kort gesnoeid, een mooie, en vooral verfijnde aanvulling op de vaak tot wat grovere sauvignon en sémillon.
Geplaatst onder: Wijnbegrippen alfabet op 28 maart 2009
Laat een reactie achter
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.